Landschap en Aankleding
Achterwanden
Bij onze baan vallen vooral de achterwanden op die op een zeer bijzondere manier zijn gemaakt.
De speciale fotoseries van de stations-achtergronden in Grüsch en Seewis vormden het uitgangspunt.
De achterwanden zijn even breed als de bakken waarop ze zijn gemonteerd. We hebben de bergen in een plattere vorm nagebootst (maximale dikte is ca 3 cm).
Werkwijze:
Eerst tekenden we de contouren en schilderden we bovenaan de blauwe lucht.
Daarna bouwden we het berglandschap verticaal op:
- We knipten groen isolerend parketondertapijt klein en maalden het in een keukenmachine tot snippers.
- We mengden de snippers met Knauf-gatenvuller en water tot een smeerbaar mengsel.
Voor het aanbrengen van het mengsel smeerden we de landschapsplaat voor extra hechting in met Pattex-lijm.
We brachten het mengsel royaal op de wanden aan en vormden een ruw rotslandschap.
Na het drogen bepaalden we waar de sneeuwbergen kwamen en schilderden die wit, zo nodig met een tweede laag.
De overige delen schilderden we eerst met Umber op waterbasis voor een bruine onderlaag.
Onbegroeide rotsen schilderden we grijsbruin.
Tot slot brachten we groen strooimateriaal in diverse tinten aan. Bomen en begroeiing maakten we na met Scenery Clump (schuimvlokken), vastgezet met houtlijm: grotere nopjes vooraan en vooral kleinere zwarte nopjes bovenaan (meer op de achtergrond).
Zeeschuim
Loof- en Naaldbomen maken we ook zelf. De loofbomen worden van zeeschuim gemaakt dat we daartoe zelf hebben gezaaid, verspeend, verpot, uiteindelijk geoogst en gedroogd.